Waaruit bestaat een compleet PV-systeem?
  Om te beginnen moet onderscheid worden gemaakt tussen autonome systemen en netgekoppelde systemen. De eerste leveren hun elektriciteit aan een accu of direct aan de gebruiker. De tweede leveren wisselstroom aan het openbare elektriciteitsnet.
Zonnecellen en panelen leveren van zichzelf gelijkstroom. In een zonnepaneel worden zonnecellen in serie geschakeld omdat de spanning van een enkele cel slechts ongeveer 0,5 volt bedraagt. Panelen die worden gebruikt in autonome systemen hebben meestal een uitgangsspanning die is afgestemd op het laden van een 12 volt accu. Daartoe worden veelal 36 cellen in serie gezet (dan werkt het laden ook onder ongunstige omstandigheden naar behoren). Om de accu op een goede manier te laden en te ontladen wordt een laadregelaar gebruikt, die voorkomt dat de accu vroegtijdig aan zijn einde komt vanwege over- of onderladen. Bij netgekoppelde systemen wordt de gelijkstroom uit het paneel met een inverter omgezet in 230 volt wisselstroom. Er komen tegenwoordig steeds meer panelen op de markt met een uitgangspanning die hoger is dan de standaard 12 volt. Soms zit de inverter gemonteerd op de achterzijde het zonnepaneel, zodat dit type paneel direct op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten. Dan spreken we van een AC-module (AC staat voor wisselstroom).
Vragen? Bel de Energielijn: (0172) 65 07 37
bron: ecn.nl